09-03-2015

Over -Garen, -Leggen en -Wegen


De minister houdt zich de hele dag ledig met overleggen en -wegen hoe hij de beweging die hij bedient kan aanwakkeren en versterken of de weerstand die de beweging ervaart te verminderen.

Vergaderen ww. ‘bijeenkomen of bijeenzijn ter beraadslaging’
Afleiding met het voorvoegsel → ver- (sub d) van gaderen ‘verzamelen, bijeenbrengen’ [1240; Bern.]; dat zelf een afleiding is van mnl. gader ‘samen’, van dezelfde stam als → gade. Zie ook → allegaartje ‘bonte verzameling’.
Naast mnl. gaderen: mnd gadderen ‘verzamelen’; mhd. gatern ‘verenigen’; ofri. gaderia ‘verzamelen’ (nfri. gearjan); oe. gadrian, gædrian ‘verzamelen’ (ne. gather); daarbij ook mnd. togadere ‘samen’; mhd. gater ‘id.’; ofri. gader, gadur ‘id.’ (nfri. gear- ‘samen-’, bijv. gearkomme ‘samenkomen’, gearkomste ‘vergadering’); oe. geador ‘samen’ (ne. together).
Er ontstond door d-syncope ook een vorm vergaren, zie → vergaren. De vormen vergaderen en vergaren werden eeuwenlang in vrijwel alle betekenissen door elkaar gebruikt; pas in de 19e eeuw vond de definitieve scheiding plaats tussen intransitief vergaderenbijeenkomen van mensen’ en transitief vergarenverzamelen, bijeenbrengen van zaken

De vergadering van de ministers gebeurt in de 'schoot van de regering', in de overdrachtelijke betekenis met verwijzing naar enerzijds het allegaartje dat daar zit, als 'hoek tussen romp en bovenbenen'.  Anderzijds de bescherming die ze elkaar geven, geborgen in de moederschoot en ontlenen ze zich hieraan een pseudosacrale betekenis. Bovendien dekken ze elkaar toe met de schoot, een kledingstuk dat het onderlichaam bedekt, namelijk in geval van ongeoorloofde uitspraken zijn ze niet 'afgedekt' door de regering.

Het allegaartje dat vergaderd is, zoekt nu hoe ze kunnen vergaren,  want dat is het uiteindelijk doel: het geld dat vergaard moet worden en hoe ze dit heffen.  Het afromen van de liquide middelen, de droesem of de drab nodig voor het overheidsbeslag wordt getild bij de ingezetenen van de natie.  We kunnen in die zin spreken van de heffe des volks ‘het laagste soort, het uitschot’:  diegene die uitverkoren zijn om te tillen en te belasten, in overdrachtelijke zin 'de kas tillen' (heffen ww. ‘optillen, opwaarts doen gaan’).

Overleggen
VII.  Niet met zekerheid is bekend in welke bet. Over opgevat moet worden in overleggen in den zin van: overwegen, overdenken. Enkele plaatsen doen vermoeden dat de oorspronkelijke opvatting is geweest die van: naast of tegenover iets leggen (misschien op de weegschaal) om het daarmede te vergelijken, eene bet. die, evenals bij Overwegen het geval is, gemakkelijk kon overgaan in: iets wikken en wegen, er over nadenken enz. De klemt. ligt in deze toepassing van het ww. gewoonlijk op het ww., doch soms ook op Over. 1.  In toepassingen waaruit wellicht de oorspronkelijke opvatting nog blijkt. Verg. ook VERDAM 5, 2204.
+2.  Over of aan iets denken, het overdenken, bedenken. Thans ongewoon.
+3.  Bij zich zelf overwegen.
+4.  Over iets beraadslagen.
+5.  Met zijn verstand te rade gaan bij wat men doet.
+6.  Iets beramen; met betrekking tot een plan of de wijze waarop men iets zal uitvoeren. +7.  Eertijds ook: Iets aandachtig beschouwen om er de waarde, de beteekenis, den omvang enz. van te berekenen, te schatten. Verouderd. 

wegen ww. ‘gewicht hebben; gewicht bepalen’ 
vehikel; Grieks okheĩn ‘vervoeren’; Sanskrit váhati ‘vloeit, stroomt; rijdt’; Litouws vèžti ‘vervoeren, leiden’; Oudkerkslavisch vesti, voziti ‘vervoeren’ (Russisch veztí, vozít'); misschien Albanees vjedh ‘stelen’; < pie. *ueǵh-, *uoǵh- ‘zweven, drijven; rijden, vervoeren’ 
In het algemeen is de betekenis vernauwd tot ‘heen en weer bewegen’, en in het West- en Noord-Germaans meer bepaald ‘objecten in beweging brengen (ten opzichte van elkaar) door ze op een waag te plaatsen’, en vandaar ‘gewicht bepalen’ en vervolgens ‘gewicht hebben’. Zie hierbij ook het ablautende West-Germaanse zn.waag en de afleiding → gewicht


de heffe des volks beramen hoe de kas te tillen

03-03-2015

Over Discriminatie en Onderscheidingsvermogen

discrimineren ww. ‘ongelijk behandelen’
Nnl. discrimineeren ‘(onder)scheiden’ [1847; Kramers], discriminerend (teg.deelw.) ‘ongelijk behandelend’ [1948; WNT retorsie].
Wrsch. niet ontleend via Frans discriminer ‘onderscheid maken’ [1876; Rey], maar eerder (evenals het later geattesteerde Franse werkwoord) een late ontlening aan Latijn discrīmināre ‘scheiden, onderscheiden’, een afleiding van discernere ‘scheiden, onderscheiden’, zie verder → discreet.
Iets eerder dan het werkwoord is al geattesteerd het zn. discrimen “onderscheid; gevaar” [1824; Weiland].
♦ discriminatie zn. ‘ongelijke behandeling’. Nnl. discriminatie ‘onderscheid, verschil’ [1847; Kramers], ‘het maken van onderscheid op grond van ras, sekse, nationaliteit etc.’ [1950; WNT Aanv.]. Een late ontlening aan Latijn discrīminātio, genitief discrīminātiōnis ‘scheiding, onderscheid’, afleiding van discrīmināre ‘scheiden, onderscheiden’; ontlening via Frans discrimination ‘het maken van onderscheid’ [1870; Rey] is wegens de late attestatie daarvan onwaarschijnlijk. In de betekenis ‘het maken van onderscheid op grond van ras’ ontleend aan Engels discrimination ‘id.’ [1866; OED], eerder al ‘onderscheid, verschil’ [1646; OED], dat op zijn beurt weer aan het Frans is ontleend. (bron: etymologiebank.nl)
dis-cerno
I.v. a., to separate, set apart.
II 
A. To separate things according to their different qualities, to distinguish between, discern
B. To determine, settle
C. To except, omit


Discriminatie is het onderscheid kunnen maken.  In de oorspronkelijke latijnse betekenis vinden we zelf dat het te maken heeft met 'dis' het goddelijke,  het rijkelijke en het overvloedige.  Het deel dat afgescheiden, wat apart gezet wordt voor het goddelijke of het deel van de overvloed dat apart gezet wordt voor later, als appeltje voor de dorst.  Discriminatie is een teken van intelligentie, het is het onderscheidingsvermogen, het kunnen naar waarde schatten van ideeën en concepten.  Het sacrale kunnen onderscheiden van het profane.  Het woord op zich spreekt over rijkdom, goddelijke rijkdom.

Het heeft pas eind 19e eeuw in enge zin betekenis gekregen en de betekenis van het maken van onderscheid tussen bepaalde groepen, individuen, geslacht, geloofsovertuiging.  In principe heeft het woord discrimineren daar niets mee van doen.  Het is als propagandawoord gebruikt om het gelijkheidsprincipe te sensibiliseren.  In die zin versta ik dat het onderscheid tussen ras, geslacht, religieuze overtuiging, handicap niet uitmaakt; de enige ongelijkheid is en blijft tussen hebben en niet-hebben.   We zijn allemaal gelijk om te ploeteren terwijl een elite geniet van de overvloed.

Het gaat niet om de discriminatie tussen mensen en groepen onderling, het gaat over het discriminerend principe van rijkdom, in de brede zin van het woord.

Geen Discriminatie!

Iedereen is gelijk om te ploeteren en te zweten, het zweet van een bleekscheet is gelijk aan het zweet van een neger en datzelfde zweet zweet ook een makaak en een spleetoog.  Zweten moet iedereen. Iedereen heeft het recht om op dezelfde manier benadeeld te worden, zelfs diegene die debiel of zwak zijn! Wie niet zweet is een Profiteur!  Het Human Capital moet gelijkwaardig hard zweten.  Hoe meer zweet, hoe beter het schuift.

Het discriminerend vermogen heeft niets van doen met het onderscheid tussen mensen.  Het wordt als containerbegrip gepropageerd.  Het discriminerend vermogen wordt uitgeschakeld ten voordele van de elite.  Zij hebben het Voordeel en de rest laten ze bevechten door diegenen in het nadeel.

De Bevoordeelden weten heel goed hoe ze zich kunnen onderscheiden.  Bijgevolg gebruiken ze het woord discriminatie om de benadeelde meerderheid te verdelen.  Als de benadeelde echt zou kunnen discrimineren in de juiste zin van het woord, dan zou deze herkennen dat hij misdeeld is, dat hij genaaid wordt.

Dit is de reden waarom er niet gediscrimineerd mag worden.  Absoluut niet!  Het zou de massa met de neus op de feiten duwen.  Want iedereen wordt gelijk misdeeld en koud gepakt.  Het zal 'pijn doen', als je het niet voelt is het nog niet hard genoeg.  Dat is het gelijkheidsbeginsel.  Iedereen heeft rechten en plichten, behalve diegene in het Voordeel die wetten kunnen dicteren.

De Ware Bevoordeelden blijven discreet en laten de benadeelden vechten om de rest, zo kunnen de bevoordeelden onopgemerkt van de rijkelijke goddelijke overvloed blijven genieten.  Zij hebben het onderscheidingsvermogen toegeëigend en verblinden de massa vanuit het verdeel-en-heers principe.

Als de massa zou beseffen en het juiste onderscheid zou maken zouden de Bevoordeelden niet langer misbruik kunnen maken van hun situatie.  Zolang de benadeelden blijven ruziën over de overtreffende trap van misdeling die hun categorie ervaart, blijven de Bevoordeelden buiten schot.

Als twee honden vechten om een been, loopt een derde ermee heen